|
Bert Kooijman werd in 1932 geboren in maren aan de Maas. Hij verloor zijn moeder toen hij nog geen drie jaar oud was en verbleef langdurig in verschillende internaten, eerst bij zusters, later bij broeders. Deze ervaringen hebben een stempel gedrukt op zijn poëzie.
Hij studeerde M.O.-Nederlands in Tilburg, legde zijn doctoraal examen af aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen en promoveerde aan de Universitaire Instelling Antwerpen.
In de woorden van Paul De Wispelaere is Kooijman “geen verkondiger van een blijde boodschap: zijn poëtische belijdenis vertelt in een lucide en als zodanig des te wanhopiger tragiek, die zowel de verborgen intimiteit van het leven als het wezenlijke failliet van het dichterschap raakt. Het stelselmatige gebruik van metaforen en symbolen heeft in deze poëzie, in wier traditie Kooijman schrijft, een dubbele en tegenstrijdige functie: de beelden verhullen wat ze tegelijkertijd willen onthullen. De dichter treedt op als de bewaarder van een geheim dat hij uitdacht, en dus prijsgeeft door het min of meer verborgen te houden.”
Bert Kooijman debuteerde in 1961 met de gedichtenbundel ‘Koningin zwart van woede’ en publiceerde daarna nog 17 bundels, alsmede een prozawerk getiteld ‘Verbeelde wegen’ en een studie over Hugo Claus.
|
Titel:
Jaar:
Prijs:
ISBN: |
Wat afwezig blijft
2008
20,00
90 6230 093 6 |
|
*
Bloed begrenst
bloed, zegt hij
en tussen twee keien
is geen minzaamheid.
Geen begin begint.
Geen einde eindigt.
Het eindige ruilt uit.
Het beginnende sluit in.
Alsof weemoed nergens
kan schuilen als
in vingerspitsen
tederheid.
|